Naar hoofdinhoud
Contact
Berekeningen & kennis

Bereken het warmteverlies van je woning

Deze check schat hoeveel warmte je woning nodig heeft bij -10 graden buiten en 21 graden binnen. Je krijgt een leidraad voor all-electric of een hybride naast je cv-ketel, met aandacht voor buffer en boiler. We rekenen met standaardmaten en isolatiewaarden. Het is geen officiële warmteverliesberekening.

Vul postcode en huisnummer in om oppervlakte, bouwjaar en energielabel op te halen. Het label geeft een voorlopige invulling met onze eigen vuistregel, maar bewijst geen isolatiepakket. Controleer dak, gevel, vloer, glas en ventilatie en pas aan wat je weet.

Vul ook het gasverbruik van een volledig jaar in als je dat weet. Woning en gas blijven apart zichtbaar. Bruikbaar gas begrenst het richtvermogen, zodat een hoge schatting op woningkenmerken niet vanzelf tot een groot toestel leidt. Warmte van airco, houtkachel of elektrisch verwarmen telt bij het gasgetal op.

warmteverlies

Warmtepomp-check

rekent live mee

Vul in wat je weet; alles rekent direct door.

Uitkomst: Vul je woning inBekijk uitkomst

Je gasverbruik mag leeg blijven

Gasverbruik per jaarstaat op je jaarafrekening; geen volledig jaar bekend? Laat leeg, dan is er geen gascontrole
m³
Weet je je gasverbruik in een zomermaand?telt mee zodra je je gasverbruik invult
m³ per maand
uit de app van je energieleverancier: een maand in juli of augustus waarin je thuis was en de verwarming niet aanging. Weet je dat niet, laat het veld leeg. Dan gebruiken we het aantal bewoners. Met zomerverbruik rekenen we koken en warm water daarmee
Gas ook gebruikt voortrekken we van je verbruik af; warm water uit een cv-ketel, geiser of gasboiler is Ja, een elektrische boiler of warmtepompboiler is Neetelt mee zodra je je gasverbruik invult
Koken
Warm water op gas
Hoe stook je nu?hoe je stookt bepaalt de omrekening van gas naar vermogen en weegt via de gasbegrenzing mee in de richtmaat; dit blijft een schattingtelt mee zodra je je gasverbruik invult
Verwarm je ook op een andere manier?telt op bij je gas; kies niets als alleen de cv-ketel stookt. Een gaskachel of gashaard hoef je niet op te geven, dat gas zit al in je verbruiktelt mee zodra je je gasverbruik invult

De woning

Adres opzoekentyp postcode en huisnummer, huisletter mag erachter (12A); wij vullen de rest
Oppervlakte en bouwjaargebruiksoppervlak volgens de BAG of je eigen meting
m²bouwjaar
Is een deel van de woning onverwarmd?
m² verwarmd
alleen invullen als een deel van de woning geen verwarming heeft, zoals een zolder of aanbouw; we rekenen dan met dat kleinere oppervlak
Woningtypebepaalt hoeveel buitenmuur er is
Bouwlagentwee = begane grond en verdieping, ook met een zolder; een = bungalow; drie = drie woonlagen
Isolatiegemiddeld = gemiddelde huidige isolatie bij dit bouwjaar volgens RVO 2022; slecht = zoals gebouwd; goed = goed nageïsoleerd. Bij 1975-1991 ligt slecht vaak dicht bij gemiddeld. Bij een gevonden label vullen we voorlopig in; controleer ieder bouwdeel
Dak
Gevel
Vloer
Beglazinghet glas dat het meest voorkomt
VentilatieWTW is balansventilatie met warmteterugwinning

Installatie

Bewonersvoor de boiler; bij gas ook voor het warme water dat we van je verbruik aftrekken
bewoners
Afgiftesysteemvoor de aangenomen aanvoer en uitleg over het toestel; controleer de werkelijke stooktemperatuur bij vorst

Je invoer blijft in deze browser bewaard. Zoek je een adres op, dan gaan alleen postcode en huisnummer naar de openbare registers (BAG, PDOK, EP-Online).

Uitkomst

Geschatte warmtevraag
–
kW bij -10 graden buiten en 21 binnen
Vul het bouwjaar in, met de woonoppervlakte of je gasverbruik.
Richtmaat all-electric
–
Hybride warmtepomp
–
Warmtepomp levert
–
Buffervat all-electric
–
Buffervat hybride
–
Dit is nog de voorbeeldwoning: een tussenwoning van 120 m² uit 1985.
Zo is het opgebouwd
–

Let op: een indicatie, geen berekening volgens ISSO 51 of NTA 8800. Er zit geen veiligheidsmarge in.

Laat het narekenen

Vul de woonoppervlakte en het bouwjaar in, of het bouwjaar en je gasverbruik.

Hoe rekent de check?

De woning wordt als geheel geschat bij -10 graden buiten en 21 graden binnen. Het woninggetal en de gascontrole blijven apart. Bruikbaar gas begrenst de richtmaat uit de woning; als alleen gas bekend is, is het een voorlopige verbruiksindicatie. Dit is geen ISSO 51-berekening per vertrek.

Op woningkenmerken

We tellen het verlies door gevel, glas, dak, vloer en ventilatie op. Oppervlakken worden geschat uit woonoppervlak, woningtype en bouwlagen. Gemiddeld gebruikt de gemiddelde huidige isolatie uit RVO 2022, slecht de oorspronkelijke bouwjaarwaarden en goed een nageïsoleerde stand. De ventilatievergelijking in het rekenblad gebruikt het debiet uit de ISSO-schilmethode met geschat verblijfsgebied, maar is geen normberekening.

Op je gasverbruik

Gas voor koken en warm water gaat van het jaarverbruik af. De rest wordt warmte, met een aangenomen ketelrendement. Warmte van bijverwarming komt erbij. Met de bestaande KNMI-klimaatgegevens en een aangenomen stookgrens rekenen we dat om naar een controlegetal in kW. Isolatiekeuzes veranderen dat historische verbruiksgetal niet.

Woning en verbruik vergelijken

Het woninggetal is het uitgangspunt. Bruikbaar gas begrenst het richtvermogen tussen het gasgetal en dat getal gedeeld door 0,7, met de helft van het woninggetal als ondergrens. Bij erg laag verbruik verschijnt een melding om stookgedrag en bijverwarming te controleren. Beide getallen blijven zichtbaar. Gas is hiervoor bruikbaar zonder bestaande hybride en als minstens de helft overblijft voor verwarming. Bij een bestaande hybride ontbreekt de geleverde warmtepompwarmte; gas blijft dan een ondergrens en de woning stuurt voorlopig de richtmaat.

Bijverwarming

Warmte van airco, houtkachel of elektrisch verwarmen wordt bij de gascontrole opgeteld en kan daarmee de begrensde richtmaat verhogen. Vul bekende hoeveelheden in, anders gebruikt de check een schatting. Bij een bestaande hybride kennen we de geleverde warmte niet. Het gasgetal blijft dan zichtbaar als ondergrens, met een melding dat de controle onvolledig is.

Vraag je advies aan, dan kijken we eerst in de BAG (het register met de officiële oppervlakte en het bouwjaar) en naar het energielabel als dat er is.

Wat betekent de uitkomst?

De richtmaat is een vermogenseis bij -10 graden buiten. Controleer in de fabrikantcurve wat een toestel bij die buitentemperatuur en de benodigde aanvoer werkelijk levert. De naam of het nominale vermogen is daarvoor niet genoeg. We nemen voorlopig 35 graden aan voor een vloer, 45 voor LT-radiatoren, 50 voor bestaande radiatoren of gemengde afgifte en 55 als de afgifte onbekend is. Die temperaturen zijn aannames, geen bewijs dat de woning ze nodig heeft. Een radiator kan na isolatie met een lagere temperatuur werken.

Bij vloerverwarming of LT-radiatoren kan een kleinere richtmaat als rekenscenario verschijnen. De berekende temperatuur waaronder het element helpt, veronderstelt een constant toestelvermogen. De echte toestelcurve, de benodigde aanvoer en de elektrische aansluiting moeten dat eerst bevestigen. Het is een bewuste keuze voor bijverwarming, geen ISSO-route-a-selectie.

Het getal per vierkante meter is het richtvermogen, na eventuele gasbegrenzing, gedeeld door het ingevulde rekenoppervlak. Het is een vergelijking, geen vaste norm voor een bouwjaar. Zonder oppervlakte tonen we dit getal niet.

Een hybride laat de cv-ketel op koude momenten bijspringen. Als eerste rekenscenario zetten we de warmtepomp op de helft van het richtvermogen na eventuele gasbegrenzing (bèta 0,5), afgerond naar de gangbare maten 4, 5, 6 en 8 kW. Het omslagpunt en jaaraandeel veronderstellen constant beschikbaar vermogen. De werkelijke toestelcurve, stooktemperatuur en regeling kunnen een ander aandeel geven. De knop bij het gasverbruik gaat over een hybride die er nu al staat.

Belangrijk. Dit is een indicatie van het warmteverlies en de toestelklasse. Het is geen officiële warmteverliesberekening en geen definitief installatieadvies. Voor de maat van het toestel komen we langs voor een opname.

Waarom een buffervat?

Een warmtepomp heeft voldoende vrij water en doorstroming nodig voor ontdooien en rustig draaien. De check toont voorbeelden van fabrikanteisen. Het gekozen toestel bepaalt welke systeeminhoud, welk vat en welk aansluitschema nodig zijn.

Hoeveel water?

De vrije systeeminhoud en het vatvolume zijn verschillende eisen. Intergas Xceed 6/8/12 vraagt respectievelijk 70/90/140 liter systeeminhoud. Bij een buffervat is het minimum 50/60/80 liter, aanbevolen 200/300/300 liter. Het installatievoorschrift 88001400, §7.1.4 op blz. 49, geeft deze waarden. §7.1.3 op blz. 48 toont parallel met pomp Pm03, die in de legenda optioneel heet en door de installateur wordt bepaald. Er staan ook schema’s zonder vat. Installatievoorschrift Xceed.

Geen vat

Zonder vat kan als de installatie de vereiste vrije waterinhoud en doorstroming haalt, ook met gesloten kranen of groepen. Open vloer, radiatoren en leidingen kunnen meetellen volgens het toestelvoorschrift. De check schat alleen de open vloerinhoud; controleer die ter plekke.

Seriebuffer

Een serievat in de retour voegt inhoud toe. Het vraagt op zichzelf geen tweede pomp, maar de toestelpomp moet voldoende druk overhouden. Controleer minimumdebiet en de bypass volgens het fabrikantenschema. Een bypass voegt nauwelijks waterinhoud toe.

Parallel buffervat

Een parallel vat kan de toestelkring en de afgiftekring scheiden. Daar hoort een passende pomp- en debietregeling bij. Of dit nodig is volgt uit toestel en installatie, niet uit een vaste vermogensgrens of alleen uit de combinatie van vloer en radiatoren.

Wanneer een extra pomp?

Een serievat vraagt op zichzelf geen extra cv-pomp. Bij een parallel schema moet de secundaire doorstroming worden verzorgd volgens het voorschrift. Controleer bestaande pompen en de druk die beschikbaar blijft. Bij Xceed is Pm03 in de legenda optioneel; bij de parallelle Xtend Eco-opstelling is een extra cv-pomp voorgeschreven.

Mengunit bij all-electric

Een mengunit kan warm aanvoerwater terugmengen voor de vloer. Of die bij een warmtepomp nodig blijft, hangt af van de aanvoer en afgifte. Vloer en radiatoren hoeven niet altijd op verschillende temperaturen te werken. De check trekt water achter een onbekende mengunit niet van een fabrikanteis af.

De hybride warmtepomp

De uitvoering maakt verschil. Xtend Split 5 vraagt 30 liter vrije inhoud en minimaal 8,5 l/min, tien minuten achtereen. Xtend Eco 5/7 vraagt 30/50 liter systeeminhoud; een serievat in de retour is aanbevolen vanaf 20/30 liter en een parallel vat is minimaal 40/60 liter met een extra cv-pomp. De standaarddebieten zijn 15/21 l/min. Deze eisen horen alleen bij die modellen. Bronnen: Intergas whitepaper 2024, Xtend Split 88008405w, §8.1 blz. 26 en Xtend Eco 88104401, §8.1 blz. 29.

Ontdooien

Om te ontdooien haalt de warmtepomp kort warmte uit het water. Is er te weinig vrij water of doorstroming, dan kan het toestel in storing gaan.

Niet pendelen

Voldoende beschikbare waterinhoud kan korte starts verminderen. De benodigde inhoud hangt af van het minimumvermogen, de gelijktijdige warmteafname, de gewenste looptijd en hoeveel het water tussen in- en uitschakelen mag opwarmen.

Het gekozen toestel is leidend

Er is hier geen toestelmodel gekozen. Daarom adviseren we geen vast aantal liters of standaard parallelvat. Voor andere toestellen: controleer het installatievoorschrift. De vereiste systeeminhoud, een eventueel minimum voor het vat zelf, het schema en het debiet moeten allemaal kloppen. Alleen water dat tijdens de kritieke bedrijfstoestand bereikbaar blijft, telt mee. De modelvoorwaarden staan ook achter de bestaande bufferuitleg bij de uitkomst. Aanvullende bronnen: Remeha Elga Ace split 4/6 (Remeha 7745647 v09); Remeha Elga Ace Mono 2 AWHP 4/6/8 met ControlBox MB 3.0 (Remeha 7887634 v02); Remeha Mercuria Ace split R32 4/6/8 (Remeha 7780267 v07); Remeha Mercuria Ace Monoblock 4/6/8/10/12/16 (Remeha 7840691 v03); Daikin EDLA/EBLA04-08E (Daikin 4P685229-1E); Daikin Altherma H Hybrid EJHA04AAV3 + NHY2KOMB (Daikin 4P556861-1D); Daikin Altherma 4 H F met EPVX07/10/14 (Daikin 4P773386-1D); NIBE S2125-8/-12/-16/-20 met VVM (NIBE VVM-monoblockschema’s NP-V febr26); Samsung EHS Mono R290 AE080/120/160CXYD (Samsung DB68-12496A-03); Samsung EHS Mono HT Quiet AE080/120BXYD (Samsung DB68-11904A-05); ATAG Energion M Hybrid All 50/80T/120T/150T (ATAG 420011230400, 02/2022); ATAG Interion (ATAG Interion consumentenbrochure 2026, geen installatievoorschrift).

Zo rekent de check

alle getallen

Ontwerpcondities

We rekenen met -10 graden buiten en 21 graden binnen, dus 31 graden verschil. Zonder berekende tijdconstante geven we nieuwbouw geen korting op de buitentemperatuur. Een opwarmtoeslag, verlies naar niet-verwarmde buren en een berekening per vertrek ontbreken. De check is een leidraad voor een eerste beoordeling.

Route op woningkenmerken

Per vierkante meter woonoppervlak rekenen we met vaste maten van een rijwoning van twee lagen met zolder, geijkt op de RVO Voorbeeldwoningen 2022: 0,33 m² dichte voor- en achtergevel, 0,22 m² glas en deuren, 0,49 m² dak en 0,41 m² vloer. De gevel schaalt met de wortel van de oppervlakte (een groter huis is niet evenredig breder en dieper), dak en vloer recht evenredig. Een hoekwoning of 2-onder-1-kap krijgt er 0,45 m² zijgevel per m² bij, een vrijstaande woning twee keer zoveel. Die maten horen bij twee bouwlagen: bij een bungalow op een laag zijn dak en vloer per m² twee keer zo groot, bij drie woonlagen twee derde; gevel en glas veranderen niet. Een appartement rekent met de verdieping: bovenin telt het dak, onderin de vloer boven de kruipruimte, ertussen geen van beide.

Slecht gebruikt de oorspronkelijke Rc-waarden per bouwperiode uit RVO Voorbeeldwoningen 2022. Gemiddeld gebruikt de huidige, via U-waarden gewogen gemiddelden uit de RVO-dataset; het gemiddelde wordt niet lager dan de bouwjaarwaarde. Goed rekent met minstens vloer 3,5, gevel 1,7 en dak 3,5 m²K/W, of een hogere huidige of bouwjaarwaarde. De U-waarde is 1/(Rc + 0,17). Raamwaarden zijn enkel 5,1, dubbel 2,9, HR++ 1,8 en triple 1,4 W/m²K. De koudebrugtoeslag is 0,10, vanaf 2015 0,05 W/m²K. Een grondgebonden vloer wordt als kruipruimtevloer met factor 0,8 behandeld. Dit zijn aannames, geen opgenomen constructies. Bron: RVO Voorbeeldwoningen 2022, data met gemiddelde woningen.

De woningindicatie behoudt 0,43 dm³/s per m² rekenoppervlak als praktijkventilatie, ongeveer 0,6 luchtwisseling per uur bij 2,6 meter hoogte. De vergelijking in het rekenblad gebruikt 0,45 dm³/s per m² verblijfsgebied uit het ISSO 51:2023-erratum §3.2.2. We schatten dat verblijfsgebied op 80 procent van het oppervlak; dat aandeel is onze aanname. Beide gebruiken 1,2 W/(dm³/s K), erratum bij formule 4.3. Bij natuurlijke toevoer of afzuiging nemen we het grootste van ventilatiedebiet en kierlucht. Bij WTW rekenen we 90 procent terugwinning over 75 procent van de lucht, plus kierlucht van 0,37 × 0,625 dm³/s per m². Werkelijke debieten en luchtdichtheid ontbreken. Daarom heet geen van deze uitkomsten een normberekening.

De bestaande labelinvulling blijft een eigen vuistregel: een labelletter bewijst geen afzonderlijke isolatiemaatregelen. Bij oude woningen zetten A, B en C bepaalde bouwdelen voorlopig op goed; de overige delen blijven op gemiddeld huidig niveau. Ook het woningtype beïnvloedt deze vuistregel. Controleer de bouwdelen altijd met de bewoner. Een gekozen stand van de gebruiker is leidend.

Voorbeeld: vul een woning in en lees de verliesposten in “Zo is het opgebouwd”. Vul daarna gas in: het losse woninggetal blijft gelijk, maar bruikbaar gas kan de richtmaat begrenzen. Betere dakisolatie verlaagt het woninggetal; het historische gasgetal blijft gelijk. De richtmaat kan gelijk blijven zolang de gasbegrenzing bepalend is.

Route op gasverbruik

Van je jaarverbruik gaat 37 m³ af als je op gas kookt (Milieu Centraal) en 90 m³ plus 60 m³ per bewoner als het warme water op gas komt, uit een cv-ketel, geiser of gasboiler (afgeleid uit Milieu Centraal, de CBS-marge per extra bewoner in tabel 85140NED en fabrikantwaarden; twee bewoners 210 m³, vier 330). Weet je je gasverbruik in een zomermaand waarin je thuis was, dan nemen we dat maal twaalf, plus 10 procent omdat het koude water in de winter kouder is (13 tegen 17 graden, WUR). Neem juli of augustus: in juni en september gaat de verwarming vaak nog even aan, en dan rekenen we te weinig gas voor verwarming. Een m³ gas is 9,77 kWh (35,17 MJ bovenwaarde, zoals op je afrekening). Een HR-ketel maakt daar bij gewone radiatoren 94 procent warmte van, gemeten in het veld voor de Warmteregeling, en bij vloerverwarming of LT-radiatoren 95 procent, omdat hij dan meer condenseert.

De gascontrole gebruikt een aangenomen stookgrens: 18 graden bij alles warm, 15,5 bij nachtverlaging en koele slaapkamers, 14 bij alleen de woonkamer. De eerste is de gangbare graaddagenbasis; de lagere waarden zijn modelkeuzes. De bestaande KNMI-uurgegevens (juli 2011 tot juni 2025) geven de positieve graaduren voor het gekozen station. Jaarwarmte gedeeld door graaduren, maal 31 graden, geeft het controlevermogen. We interpoleren tussen de stookgrenzen en passen geen tweede gedragscorrectie toe. De isolatiestand bepaalt deze omrekening niet. Het verbruiksjaar is onbekend, dus dit is geen weergecorrigeerde meting van jouw woning.

Woning en verbruik vergelijken

Er is geen gewogen gemiddelde. Met W als woningverlies en G als gasgetal inclusief bijverwarming gebruiken we P = max(G, min(W, max(G / (1 - 0,30), 0,5 × W))). Gas is bruikbaar zonder bestaande hybride, met positief verwarmingsgas en minstens 50 procent van het verbruik over voor verwarming. Anders blijft P gelijk aan W. Bij bruikbaar gas tussen 0,7W en W/0,7 komen woning en gas goed overeen en tonen we de gewone rekenmarge rond P. Alleen als P onder W uitkomt of G boven W/0,7 ligt, tonen we de band tussen G en W. Als de ondergrens van de helft ingrijpt, loopt de band van 0,5W tot W en waarschuwen we dat het verbruik erg laag is voor de woning. Mogelijk wordt er anders gestookt of slechts een deel verwarmd. De helft is een voorlopige modelkeuze, geen normwaarde. Bij G boven W/0,7 waarschuwen we om ander gasgebruik of een tikfout te controleren voordat je een groter toestel kiest. De gewone gasbegrenzing krijgt uitleg met beide getallen; bij onbruikbaar gas krijgt een resterend verschil boven 30 procent een waarschuwing. Blijft na aftrek geen verwarmingsgas over, dan leggen we uit dat het verbruik vooral naar warm water en koken gaat. Bij een bestaande hybride is een laag gasgetal verklaard en vervalt die waarschuwing. Zonder woninggegevens blijft een voorlopige gasindicatie over. Buiten de begrenzing behouden we de eigen logmarges, geen aangetoonde kansband. CBS-medianen toetsen de begrenzing; zij vervangen geen woningopname.

Bijverwarming

Airco: stroom maal 3,3 (Milieu Centraal noemt 330 procent voor een warmtepomp met buitenunit; veldmetingen bij 69 woningen in de VS gaven 3,0 tot 3,4). Zonder stroomgetal schatten we op het gebruik. TNO vroeg 534 huishoudens die met een airco verwarmen hoe lang die aanstaat: in de woonkamer gemiddeld 708 uur per winter, en de helft gebruikt hem daar als hoofdverwarming. Wij rekenen 1.100 uur als de airco in de woonkamer de hoofdverwarming is, 300 als hij de cv helpt, en 320 uur voor elk ander binnendeel (TNO: hoofdslaapkamer 323). Per draaiuur 1,3 kW warmte (NEEA). Hout: een stère gestapeld hout is 1.890 kWh (CBS: 500 kg per kuub, 13,6 MJ per kg); een houtkachel of inzethaard maakt daar 70 procent warmte van, een open haard 10. Zonder hoeveelheid rekenen we 1 stère voor af en toe, 3 voor bijna elke avond en 6 voor de hele dag. Pellets: een zak van 15 kg is 69 kWh, met 85 procent rendement 59 kWh warmte; 25, 75 of 150 zakken. Een elektrische kachel of infraroodpaneel zet elke kWh om in een kWh warmte; zonder getal 200 kWh (af en toe) of 600 (dagelijks in een kamer).

Toestelmaat, buffervat en boiler

All-electric: kies de kleinste richtmaat die het onafgeronde richtvermogen P bij -10 graden haalt, na eventuele gasbegrenzing. De rij is 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 16, 18 en 20 kW, daarboven op maat. Dit is een eis aan werkelijk geleverd vermogen bij de benodigde aanvoer, geen nominale productkeuze. Hogere aanvoer krijgt geen extra factor bovenop diezelfde eis. Hybride: de helft van P, naar boven naar 4, 5, 6 of 8 kW. Het omslagpunt is 21 min de verhouding toestelvermogen/P maal 31; het jaaraandeel blijft een scenario zonder toestelcurve. Buffer: volg de eisen van het gekozen model. Boiler: 150 tot 180 liter voor 1 of 2 bewoners, 200 tot 230 voor 3 of 4, vanaf 5 bewoners 50 tot 60 liter per persoon. Tapgebruik, opslagtemperatuur en herlaadtijd blijven te controleren.

Wat de check niet doet

De check kent geen exacte plattegrond, kierdichtheid, grondvloer, gedeeltelijke isolatie of warmteverlies naar onverwarmde vertrekken. Het energielabel en gemiddelde RVO-waarden vervangen geen opname. Gas is niet gecorrigeerd voor het werkelijke meetjaar. Radiatorcapaciteit, toestelcurve, meterkast, geluid en tapwaterherlaadtijd worden niet doorgerekend. Deze tool is een leidraad voor de installateur, geen officiële warmteverliesberekening. Voor een definitieve keuze zijn controle van de woning en de toestelvoorschriften nodig.

Van indicatie naar een systeem voor jouw woning

Met deze indicatie als begin geven we je advies en tekenen we een systeem dat bij je woning en je wensen past. Daarbij kijken we naar de afgifte, het buffervat en hoeveel warm water je gebruikt.

Delen