Naar hoofdinhoud
Noord-Holland & Friesland
Berekeningen & kennis

Bereken het warmteverlies van je woning

Deze check schat hoeveel warmte je woning verliest op een koude winterdag: -10 graden buiten, 21 graden binnen. Dat getal in kW is wat een warmtepomp moet kunnen leveren. Je ziet meteen welke maat daarbij hoort, all-electric of hybride naast je cv-ketel, met het buffervat en de boiler erbij. We rekenen in dezelfde grootheid als de rekennorm voor warmteverlies (ISSO 51), kW bij -10 graden buiten en 21 binnen, met de isolatiewaarden van NTA 8800, maar zonder je plattegrond: het hele huis als één geheel.

Weet je je postcode en huisnummer, vul die dan in. Dan halen we de oppervlakte en het bouwjaar op uit het officiële register van het Kadaster en zoeken we het energielabel erbij. Uit dat label leiden we af hoe het huis nu geïsoleerd is en welk woningtype het is, zodat een na-geïsoleerd huis uit 1950 niet als een ongeïsoleerd huis meetelt. Alles wat de check daarna vraagt (isolatie van dak, gevel en vloer, het glas, de ventilatie) kun je aanpassen als je het beter weet.

Heb je je jaarafrekening bij de hand, vul dan ook je gasverbruik in. Dat rekenen we om naar hetzelfde getal en zetten we ernaast, zodat je ziet of je verbruik en je woning hetzelfde zeggen. De woningkenmerken blijven leidend: een warmtepomp moet het hele huis warm kunnen houden, ook als je nu zuinig stookt. Er zit geen veiligheidsmarge in.

warmteverlies

Warmtepomp-check

rekent live mee

Vul in wat je weet; alles rekent direct door.

Uitkomst: Vul je woning inBekijk uitkomst

Je gasverbruik mag leeg blijven

Gasverbruik per jaarstaat op je jaarafrekening; koken en warm water (90 m³ plus 60 per bewoner) trekken we eraf

De woning

Adres opzoekentyp postcode en huisnummer, huisletter mag erachter (12A); wij vullen de rest
Oppervlakte en bouwjaargebruiksoppervlak volgens de BAG of je eigen meting
bouwjaar
Is een deel van de woning onverwarmd?
m² verwarmd
alleen invullen als een deel van de woning geen verwarming heeft, zoals een zolder of aanbouw; we rekenen dan met dat kleinere oppervlak
Woningtypebepaalt hoeveel buitenmuur er is
Bouwlagentwee = begane grond en verdieping, ook met een zolder; een = bungalow; drie = drie woonlagen
Isolatiegemiddeld = zoals gebouwd in dat bouwjaar (voor 1965 is dat al niet geïsoleerd); goed = na-geïsoleerd; slecht = niet geïsoleerd. Zoek je het adres op, dan zetten we dit op het energielabel
Dak
Gevel
Vloer
Beglazinghet glas dat het meest voorkomt
VentilatieWTW is balansventilatie met warmteterugwinning

Installatie

Bewonersvoor de boiler; bij gas ook voor het warme water dat we van je verbruik aftrekken
bewoners
Afgiftesysteemtelt niet mee in het vermogen; bepaalt de aanvoertemperatuur, het buffervat en of een krappe maat kan

Je invoer blijft in deze browser bewaard. Zoek je een adres op, dan gaan alleen postcode en huisnummer naar de openbare registers (BAG, PDOK, EP-Online).

Uitkomst

Geschatte warmtevraag
kW bij -10 graden buiten en 21 binnen
Vul het bouwjaar in, met de woonoppervlakte of je gasverbruik.
Richtmaat all-electric
Hybride warmtepomp
Warmtepomp levert
Buffervat all-electric
Buffervat hybride
Dit is nog de voorbeeldwoning: een tussenwoning van 120 m² uit 1985.

Vul de woonoppervlakte en het bouwjaar in, of het bouwjaar en je gasverbruik.

Zo is het opgebouwd

Let op: een indicatie, geen berekening volgens ISSO 51 of NTA 8800. Er zit geen veiligheidsmarge in.

Laat het narekenen

Hoe rekent de check?

De check rekent uit hoeveel warmte je woning verliest als het buiten -10 graden is en binnen gemiddeld 21 graden (22 in de woonkamer en slaapkamers, 20 in hal en overloop, 18 in het toilet): de ontwerpcondities van ISSO 51 (2023), de rekennorm voor het warmteverlies van woningen. Dat is het vermogen dat een warmtepomp moet kunnen leveren. We rekenen het hele huis als één geheel, niet kamer voor kamer, en met standaardmaten in plaats van je plattegrond. Het is dus geen ISSO 51-berekening per vertrek en geen officiële warmteverliesberekening: voor een toestel, subsidie of ontwerp doen wij een opname en een berekening volgens ISSO 51:2023. Er zijn twee routes.

Op woningkenmerken

Deze route rekent uit wat het huis zelf vraagt: hoeveel warmte er door gevel, glas, dak en vloer weglekt en hoeveel de ventilatie meeneemt. We nemen per bouwdeel (gevel, glas en deuren, dak, vloer) een standaardoppervlak per vierkante meter woonoppervlak en de isolatiewaarde die bij je bouwjaar en je antwoorden hoort (NTA 8800). Daar tellen we de ventilatie en de kierlucht bij op, en dat vermenigvuldigen we met het verschil tussen binnen en buiten: 31 graden, bij nieuwbouw vanaf 2015 29 graden, omdat zo’n zwaar, luchtdicht huis een koudeperiode traag volgt.

Op je gasverbruik

We halen het gas voor koken en warm water van je jaarverbruik af, rekenen de rest om naar warmte en delen door de vollasturen: de uren die je ketel op vol vermogen zou moeten draaien om die jaarwarmte te maken. Die hangen af van hoe goed het huis geïsoleerd is: 1.900 uur voor een ongeïsoleerd vooroorlogs huis tot 1.200 uur (met WTW 1.100) voor nieuwbouw. Vul je allebei in, dan zie je beide getallen naast elkaar en rekenen we met de woningkenmerken. Je verbruik zegt hoe je nu stookt en is eerder een ondergrens; de woningkenmerken zeggen wat het huis vraagt als het overal warm moet zijn, en dat is wat een warmtepomp moet kunnen.

Vraag je advies aan, dan kijken we eerst in de BAG (het register met de officiële oppervlakte en het bouwjaar) en naar het energielabel als dat er is.

Wat betekent de uitkomst?

Simpel gezegd: koop een warmtepomp die bij -7 graden buiten nog minstens de richtmaat levert. Dat getal staat niet op de doos maar in de tabel van de fabrikant. Het typegetal van een warmtepomp betekent namelijk per merk iets anders: bij Daikin is 06 ongeveer het vermogen bij +7 graden, bij Vaillant en Mitsubishi is het typegetal ongeveer het vermogen bij -7 (Vaillant 35/55/75/105/125 levert bij -7 graden en 35 graden aanvoer 3,6/5,4/7,0/9,2/11,8 kW), en het verschil tussen het typegetal en wat het toestel bij -10 graden echt levert loopt van +21 tot -41 procent. Onze richtmaat is daarom geen typegetal maar een eis: het vermogen bij -7 graden buiten en 35 graden aanvoer, de kolom die elke fabrikant volgens de testnorm EN 14511 opgeeft (of het vermogen bij -10 graden in de energielabeltabel, ErP), bij bestaande radiatoren 10 procent meer. De laatste graden tot -10 vult het ingebouwde elektrische element aan; Daikin geeft zelf op dat de warmtepomp bij vloerverwarming 86 tot 100 procent van de ontwerpbelasting doet en bij 55 graden aanvoer 67 tot 88. Zo ontwerpt ISSO 51:2023 het ook: de warmtepomp op het basisverlies plus ventilatie, het element voor de incidentele extra’s.

Bij vloerverwarming of LT-radiatoren (lagetemperatuurradiatoren, gemaakt voor zo’n 45 graden aanvoer) laat de kaart ook de krappe maat zien: één richtmaat kleiner, met de buitentemperatuur waaronder het elektrische element dan gaat meehelpen. Dat is wat veel installateurs doen: de warmtepomp doet bijna het hele jaar alles alleen, en op de paar koudste dagen springt het ingebouwde element bij (Daikin geeft zijn toestellen daarvoor zelf een omslagpunt van -6 tot -8 graden op). Een kleiner toestel draait de rest van het jaar rustiger en zuiniger. Wij offreren de volle richtmaat en noemen de krappe maat als bewuste keuze van de klant. Bij bestaande radiatoren tonen we hem niet, want die vragen juist meer.

Het getal per vierkante meter op de kaart laat zien hoe zwaar de woning is: nieuwbouw zit rond 35 tot 45 W per m², een woning uit de jaren tachtig zoals gebouwd rond 75, en een oude, niet-geïsoleerde woning boven de 130. Een ISSO-berekening van een vergelijkbare woning komt binnen zo’n 10 procent uit; goed gebouwde nieuwbouw met triple glas en een WTW met voorverwarmer komt 25 tot 35 procent lager uit dan onze standaardwaarden.

Een hybride warmtepomp hoeft het huis niet op de koudste dag alleen warm te houden; daar blijft de cv-ketel voor. Daarom rekenen we de warmtepomp op de helft van het warmteverlies (bèta 0,5), zoals installateurs dat noemen, en ronden we naar de gangbare maten 4, 5, 6 en 8 kW. De branche rekent met een bèta van 0,4 (ISSO) tot 0,6, Vaillant met 0,5; Milieu Centraal noemt 2 tot 6 kW, 4 kW voor een tussenwoning. De kaart zegt per maat tot welke buitentemperatuur de warmtepomp het alleen redt (installateurs noemen dat het bivalentiepunt) en welk deel van je jaarwarmte hij levert. Dat aandeel lezen we af uit de tabel van NTA 8800: bèta 0,4 = 86,5 procent, 0,6 = 95, 0,7 = 98. Bij precies de helft is dat ongeveer 90 procent, met de ketel vanaf ongeveer +5 graden; omdat we de maat naar boven afronden, ligt het aandeel in de praktijk iets hoger (in het voorbeeld hieronder 93 procent bij 5 kW). Boven 8 kW blijft het 8 kW met een lager aandeel: isoleer je eerst dak en vloer, dan past een kleinere hybride. Houdt zelfs 8 kW het huis pas boven 15 graden alleen warm, dan zegt de kaart dat een hybride hier te klein is. Let op bij de fabrikantbladen: bij hybride is het bivalentiepunt van de fabrikant het echte criterium (Remeha geeft de Elga Ace 4 en 6 op met +1 en +2 graden).

Belangrijk. Dit is een indicatie van het warmteverlies en de toestelklasse. Het is geen officiële warmteverliesberekening en geen definitief installatieadvies. Voor de maat van het toestel komen we langs voor een opname.

Waarom een buffervat?

Kort: bij vloerverwarming geen buffervat, bij radiatoren een klein vat van 20 tot 50 liter, en alleen bij grote of dubbele installaties een groot vat. Een buffervat is een watervat tussen de warmtepomp en je radiatoren of vloerverwarming. Het is niet altijd nodig: heeft je installatie genoeg water dat vrij kan blijven stromen (Intergas houdt 30 liter aan, Daikin 20 tot 50, Remeha 17 tot 44), dan kan het zonder. Vloerverwarming is zelf zo’n buffer. In de meeste bestaande woningen met radiatoren en thermostaatkranen is dat niet zo: dan sluiten de kranen en staat het water stil. Dan zorgt een klein buffervat voor twee dingen.

Ontdooien

In de winter bevriest de buitenunit. Om te ontdooien haalt de warmtepomp kort warmte uit het water; zonder buffer koelt het huis dan af of gaat het toestel in storing.

Niet pendelen

Een warmtepomp draait het zuinigst lang en laag. Met een buffer slaat de compressor minder vaak aan en uit, en dat scheelt slijtage.

Onze vuistregel

Wij plaatsen wat de fabrikant eist en niet meer: bij vloerverwarming geen vat, bij radiatoren met thermostaatkranen een seriebuffer van 20 tot 50 liter met een bypass zodat het toestel altijd kan ontdooien, en pas vanaf 13 kW of bij meerdere groepen een parallel vat van 100 tot 200 liter. De kaart toont beide: de fabrikanteis en wat wij plaatsen. Voor wie het wil narekenen: geen fabrikant rekent in liter per kW, elk toestel eist een minimale vrije inhoud. Daikin Altherma 4 tot 8 kW 20 liter (50 zonder back-up bij koude retour), Remeha Elga Ace 17 tot 44, Vaillant aroTHERM plus 3,5 tot 7 kW 15 tot 55 en 10 tot 12 kW 45 tot 150, NIBE S2125 120 liter. De ISSO-formule (10 minuten draaien bij 7 graden verschil) geeft 20 liter per kW van het minimale, gemoduleerde vermogen: een 6 kW die tot 2 kW terugregelt vraagt 40 liter, geen 150. Bij hybride: Intergas 20 liter in serie of 40 parallel, Vaillant 40 (verplicht), Remeha 30 tot 50.

Zo rekent de check

alle getallen

Ontwerpcondities

We rekenen met -10 graden buiten, de basisontwerpbuitentemperatuur van ISSO 51, en 21 graden binnen: het woninggemiddelde van de schilmethode van ISSO 51:2023 (22 graden in verblijfsruimten, 20 in verkeersruimten, 18 in het toilet, 15 in berging en techniek). Dat is 31 graden verschil. Voor nieuwbouw vanaf 2015 corrigeren we de buitentemperatuur met 2 graden naar -8, zoals ISSO doet met de tijdconstante van een zwaar, luchtdicht gebouw (0 tot 4 graden); voor oudere woningen niet. Er zit geen opwarmtoeslag in en geen verlies naar de buren: ISSO 51:2023 laat een warmtepomp ontwerpen op het basisverlies plus ventilatie, met het elektrische element voor de incidentele extra’s. Wie de thermostaat ’s nachts lager zet, heeft volgens ISSO tot enkele tientallen procenten meer nodig.

Route op woningkenmerken

Per vierkante meter woonoppervlak rekenen we met vaste maten van een rijwoning van twee lagen met zolder, geijkt op de RVO Voorbeeldwoningen 2022: 0,33 m² dichte voor- en achtergevel, 0,22 m² glas en deuren, 0,49 m² dak en 0,41 m² vloer. De gevel schaalt met de wortel van de oppervlakte (een groter huis is niet evenredig breder en dieper), dak en vloer recht evenredig. Een hoekwoning of 2-onder-1-kap krijgt er 0,45 m² zijgevel per m² bij, een vrijstaande woning twee keer zoveel. Die maten horen bij twee bouwlagen: bij een bungalow op een laag zijn dak en vloer per m² twee keer zo groot, bij drie woonlagen twee derde; gevel en glas veranderen niet. Een appartement rekent met de verdieping: bovenin telt het dak, onderin de vloer boven de kruipruimte, ertussen geen van beide.

Isolatiewaarden (Rc) per bouwjaar komen uit NTA 8800, zoals RVO ze in de Voorbeeldwoningen 2022 gebruikt: een rijwoning of appartement van vóór 1946 massief (vloer 0,15, gevel 0,19, dak 0,22), daarna spouw (tot 1965 vloer 0,15, gevel 0,35, dak 0,35; een 2-onder-1-kap of vrijstaande woning heeft tot 1965 altijd een spouw), oplopend tot vloer 3,7, gevel 4,7 en dak 6,3 vanaf 2021. "Goed" rekent met minimaal vloer 3,5, gevel 1,7 en dak 3,5 (de Standaard voor woningisolatie); "slecht" met vloer 0,15, gevel 0,35 en dak 0,22 (niet geïsoleerd). De U-waarde (hoeveel warmte er per vierkante meter doorheen gaat) is 1 gedeeld door Rc plus 0,17, de overgangsweerstand van de lucht aan de binnen- en buitenkant. Glas: enkel 5,1, dubbel 2,9, HR++ 1,8, triple 1,4 W/m²K (NTA 8800). Koudebruggen (plekken waar warmte makkelijk weglekt, zoals een betonnen balkon): 0,10 W/m²K extra op elk buitenvlak voor bestaande bouw en 0,05 voor nieuwbouw vanaf 2015 (ISSO 51 tabel 3.1). De vloer boven de kruipruimte telt voor 80 procent (ISSO 51: een matig geventileerde kruipruimte); de tool neemt altijd een kruipruimte aan.

Ventilatie: de wettelijke capaciteit, 0,7 dm³/s per m² woonoppervlak (0,9 per m² verblijfsgebied, Bbl artikel 4.122), met 1,2 W per dm³/s per graad (ISSO 51:2023, erratum bij formule 4.3). Bij natuurlijke ventilatie en mechanische afzuiging zit de kierlucht in die toevoerlucht (ISSO: het ventilatieverlies is de toevoer min de infiltratie), dus die twee geven hetzelfde vermogen. Bij WTW rekenen we 90 procent terugwinning en, omdat we de vorstbeveiliging niet kennen, de ISSO-regel dat driekwart van de lucht door de wisselaar gaat (factor 0,325), plus de kierlucht erbovenop: 0,37 maal de richtwaarde van 0,625 dm³/s per m² voor een gebalanceerd geventileerd huis (ISSO 51:2017). Met een elektrische voorverwarmer is het WTW-verlies ongeveer een derde daarvan; dat vragen we niet.

Energielabel: zoek je het adres op, dan zetten we de isolatie en het glas op wat het label zegt over het huis van nu, want het bouwjaar zegt alleen hoe het huis begon. De vertaling van een letter naar isolatie is onze eigen vuistregel uit de spreiding in de RVO Voorbeeldwoningen 2022; RVO zelf koppelt geen isolatie aan een letter. Voor een woning van vóór 1975: A = dak, gevel en vloer na-geïsoleerd met HR++-glas; B = dak en gevel met HR++; C = alleen het dak, dubbel glas; D en E = zoals gebouwd met dubbel glas; F en G = zoals gebouwd met enkel glas. Van 1975 tot 1992 blijven de dichte delen op de bouwjaarwaarden en zegt de letter alleen iets over het glas (A = HR++, de rest dubbel); vanaf 1992 idem met A en B = HR++, en vanaf 2015 altijd HR++. Een hoekwoning, 2-onder-1-kap of vrijstaande woning lezen we een klasse gunstiger: die krijgt met dezelfde isolatie een slechtere letter. Zonnepanelen of een warmtepomp maken het label beter zonder dat de schil verandert: loop de isolatie dus na. Weet je het beter, dan pas je het aan en rekenen we met jouw keuze. Het woningtype nemen we ook uit het label over.

Voorbeeld: tussenwoning uit 1985, 120 m², niets aan gedaan, dubbel glas, natuurlijke ventilatie: gevel 31 W/K, glas en deuren 79, dak 46, vloer 31, ventilatie 101 (84 dm³/s); samen 288 W/K maal 31 graden is 8,9 kW, 74 W per m². Eis aan het toestel bij -7 graden: 8,9 × 28 / 31 = 8,0 kW, richtmaat 8 kW. Hybride: de helft is 4,5 kW, richtmaat 5 kW; die redt het alleen tot 3,6 graden buiten en levert 93 procent van de jaarwarmte. Een ISSO-berekening van een vergelijkbare woning komt binnen zo’n 10 procent uit (Aerts 6,7 tegen 7,0 kW; een Vabi-rapport 9,2 tegen 10,2).

Route op gasverbruik

Van je jaarverbruik gaat 37 m³ af als je op gas kookt (Milieu Centraal) en 90 m³ plus 60 m³ per bewoner voor warm water (afgeleid uit Milieu Centraal, de CBS-marge per extra bewoner in tabel 85140NED en fabrikantwaarden; twee bewoners 210 m³, vier 330). De rest maal 8,8 kWh per m³ (35,17 MJ bovenwaarde, de cv-ketel maakt daar 90 procent warmte van) is de warmte die je per jaar stookt. Gedeeld door de vollasturen geeft dat het vermogen waarmee je nu stookt: de uren die je ketel op vol vermogen zou moeten draaien om die jaarwarmte te maken.

Geen norm noemt een vast aantal vollasturen. We gebruiken de inschattingstabel van warmtepomp-tips.nl (klimaat vanaf 2020, zonder tapwater; warmtepomp-info.nl noemt 1.650 uur bij Rc 3 tot 3,5) en kiezen de rij op de isolatie zoals het huis nu is: het gemiddelde van de Rc van gevel, dak en vloer, dus inclusief na-isolatie, en niet op het bouwjaar. Dat geeft 1.900 uur voor een ongeïsoleerd vooroorlogs huis (Rc-gemiddelde onder 0,24), 1.850 uur tot Rc 0,39 (spouw zonder isolatie, 1946 tot 1964), 1.800 tot 0,77 (1965 tot 1974), 1.750 tot 2,1 (1975 tot 1991), 1.700 tot 3,0 (1992 tot 2013, en een ouder huis dat op de Standaard is na-geïsoleerd), 1.650 tot 4,1 (2014), 1.500 tot 4,8 (2015 tot 2020; met WTW 1.400) en 1.200 daarna (vanaf 2021; met WTW 1.100). Zo geeft 1.000 m³ gas bij twee bewoners in een tussenwoning uit 1985 zo’n 4,0 kW. Het verbruik zegt hoe je nu stookt: -10 graden komt als etmaalgemiddelde in De Bilt sinds 2015 niet meer voor (KNMI), en RVO stelt dat slecht geïsoleerde woningen veel minder gebruiken dan berekend. Daarom zijn de woningkenmerken leidend en staat het gasgetal ernaast.

Toestelmaat, buffervat en boiler

All-electric: de eis is het vermogen bij -7 graden buiten en 35 graden aanvoer, warmteverlies maal (21 + 7) gedeeld door het temperatuurverschil, ongeveer 90 procent van het warmteverlies; bij bestaande radiatoren (55 graden aanvoer) 10 procent meer, omdat een toestel dan 7 tot 9 procent minder levert (Daikin, Intergas). De richtmaat is de kleinste uit 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 16, 18 en 20 kW die de eis haalt; vergelijk hem met de A-7/W35-kolom (EN 14511) of het vermogen bij -10 in de ErP-tabel van de fabrikant. Krap: een maat kleiner, met de buitentemperatuur waaronder het element meehelpt (21 min de kleinere maat gedeeld door het warmteverlies maal het temperatuurverschil); alleen getoond bij vloerverwarming of LT-radiatoren en als dat pas onder -3 graden is. Hybride: de kleinste uit 4, 5, 6 en 8 kW boven de helft van het warmteverlies, boven 8 kW blijft het 8; het bivalentiepunt is 21 min de gekozen maat gedeeld door het warmteverlies maal het temperatuurverschil, en het jaaraandeel komt uit de tabel van NTA 8800. Buffervat: de fabrikanteis aan vrije inhoud bij de richtmaat (tot 8 kW 20 tot 55 liter, NIBE 120; 9 tot 12 kW 45 tot 150; daarboven 150 of meer), en wat wij plaatsen: niets bij vloerverwarming, een seriebuffer van 20 tot 50 liter bij radiatoren, een parallel vat vanaf 13 kW. Boiler: 150 tot 180 liter bij 1 of 2 bewoners, 200 tot 230 bij 3 of 4, 250 tot 300 bij 5 of meer (Vaillant, Daikin); warm water zit niet in het vermogen. Het afgiftesysteem verandert het warmteverlies niet; het bepaalt de aanvoertemperatuur: vloerverwarming 30 tot 40 graden, LT-radiatoren tot 45 tot 50 graden, bestaande radiatoren 55 tot 70 graden en dan een hogetemperatuur-warmtepomp of andere radiatoren.

Wat de check niet doet

De check kent je plattegrond niet: hij rekent met standaardmaten per vierkante meter en met isolatiewaarden per bouwjaar. Hij rekent niet per ruimte, niet met de oriëntatie op de zon, niet met een opwarmtoeslag na nachtverlaging en niet met de werkelijke luchtdichtheid (hoeveel lucht er door kieren naar binnen lekt). Bij een appartement neemt hij aan dat de buren stoken. Hij meet je radiatoren niet door, kent je meterkast niet en zegt niets over geluid. Het warme tapwater zit niet in het vermogen. Voor een definitief toestel, een subsidieaanvraag of het ontwerp van een installatie doen wij een opname en een warmteverliesberekening volgens ISSO 51.

Van indicatie naar systeem op maat

Op basis van deze indicatie adviseren wij je gericht en ontwerpen we een systeem dat past bij je woning en wensen, afgestemd op afgiftesysteem, buffervat en tapwaterbehoefte.